Begeleiding bij Autisme
Menu

Autisme uit zich op duizenden verschillende manieren. En hoe ouder of hoe intelligenter iemand met autisme is, hoe meer hij geleerd heeft de stoornis te compenseren en camoufleren. De diagnosticus moet dan ook over een grote klinische ervaring beschikken om de diagnose te kunnen stellen. Autisme toont zich immers vooral langs de binnenkant; in een andere manier van waarnemen, in een ander manier van informatie verwerken, in een andere manier van betekenis verlenen.

Veel taal wordt door mensen met autisme letterlijk, ten dele, of helemaal niet begrepen. De essentie van een boodschap ‘komt niet aan.’ Gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal werken ook niet altijd. Het denken in abstracte begrippen is voor hen niet eenvoudig en wordt vaak letterlijk genomen. Ten aanzien van de communicatie betekent dit dat boodschappen liefst zo concreet mogelijk overgebracht worden. Dus zonder veel figuurlijk taalgebruik en zonder verbale overlast (ruis). Zeg duidelijk wat u bedoelt. Visuele hulpmiddelen, zoals geschreven woorden en planning, pictogrammen of tekeningen, foto’s en voorwerpen, kunnen ter ondersteuning of ter vervanging van verbale communicatie noodzakelijk zijn.

Wees voorspelbaar. Leg aan de persoon uit wat u bedoelt en waarom u dit zo bedoelt. Probeer bewuster om te gaan met taal. Zowel verbaal als non-verbaal. Dit betekent niet dat er geen humor gebruikt mag worden. Ook voor mensen met autisme geldt doorgaans dat humor een belangrijke waarde in het leven is. Maar schroom niet om eens grapje uit te leggen. Het kan helpen.

Mensen met autisme hebben moeite om zich te organiseren; ook hier kan ondersteuning en duidelijkheid helpen. Mensen met autisme zijn, omwille van hun handicap egocentrisch. Nadrukkelijk niet te verwarren met egoïstisch. De meeste hebben grote moeite om de reacties van anderen te verwerken en dus te begrijpen. Probleemgedrag is vaak een reactie op beangstigende of verwarrende ervaringen en dus niet persoonlijk bedoeld.
Mensen met autisme zijn vaak hypergevoelig voor bepaalde sensoriele prikkels. Zelfs ‘gewone’ niveaus van geluid en visuele prikkels kunnen hen sterk afleiden of storen. Ook dit is sterk verschillend van individu tot individu.